ImmagineTelaioVersioneAnnoExterioreInterioreRegistrazionedalalDestinazione originale Appunti
161AY0786E51476315147631Chevrolet Corvette C4 (McBurnie)1984RossoCuoioGS-955-K2015/08/08oggi161AY0786E514763115-09-2023 Nieuwe eigenaar type: Voertuig is geregistreerd door een bedrijf 15-09-2023 Gesloopt Dit voertuig is gesloopt op 15-9-2023. 15-09-2023 Tijdelijk ongeldig Dit voertuig is tijdelijk ongeldig verklaard op 15-9-2023. Het voertuig is gestolen, gedemonteerd of het kenteken is vervangen door een ander kenteken. 14-03-2017 Auto te koop aangeboden Voor € ••••••••. Met •••••••• km. Te koop aangeboden tot 03-09-2020. Koop de Premium Kentekencheck om het volledige overzicht op te vragen. 23-12-2016 Nieuwe eigenaar type: Voertuig is geregistreerd door een bedrijf 08-08-2015 Dit voertuig is geïmporteerd naar Nederland. Voertuig is geregistreerd door een particulier 28-07-2015 APK gekeurd Er zijn geen problemen geconstateerd bij deze APK-keuring. 28-02-1984 Nieuwe eigenaar type: Voertuig is geregistreerd door een onbekende entiteit. Eigenarenoverzicht Een overzicht van alle eigenaarsmutaties die dit voertuig heeft gehad. De getoonde eigenaar is de eigenaar die op moment van overschrijven stond geregistreerd. Dit is een vast gegeven en kan niet achteraf worden aangepast. Onbekende entiteit(en) 28-02-1984 - 08-08-2015 Particulier(Particulier) 08-08-2015 - 23-12-2016 Autobedrijf(Bedrijf) 23-12-2016 - 15-09-2023 Autobedrijf(Bedrijf) 15-09-2023 - Heden Voertuigstatus-overzicht Aantal eigenaren 1 Huidige eigenaar Autobedrijf WAM-verzekerd Ja Eerste toelating nationaal 08-08-2015 Eerste toelating internationaal 28-02-1984 Datum aansprakelijkheid 15-09-2023 Parallel geïmporteerd Ja Vervaldatum APK Onbekend Status kenteken Tijdelijk ongeldig Geëxporteerd Nee Gesloopt Ja Ongeldig Ja ECLI:NL:RBDHA:2021:15523 Uitspraak delen Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 03-11-2021 Datum publicatie 31-01-2022 Zaaknummer C/09/594696 / HA ZA 20/589 Rechtsgebieden Intellectueel-eigendomsrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak,Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie zie, ECLI:NL:RBAMS:2021:6933 Vindplaatsen Rechtspraak.nl Verrijkte uitspraak Uitspraak vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/594696 / HA ZA 20/589 Vonnis van 3 november 2021 in de zaak van de vennootschap naar buitenlands recht FERRARI S.P.A., gevestigd te Modena (Italië), eiseres, advocaat mr. R.A.C. Stoop te Amsterdam, tegen de besloten vennootschap VENI VIDI VICI CLASSIC CARS B.V., gevestigd te Castricum, gedaagde, advocaat mr. R.J.C. Bindels te Utrecht. Partijen zullen hierna Ferrari en Veni Vidi Vici worden genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:  de dagvaarding van 11 juni 2020 , met producties EP01 t/m EP13;  de conclusie van antwoord, met producties GP01 t/m GP03;  het tussenvonnis van 30 juni 2021 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;  het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 augustus 2021, met de daarin genoemde stukken, met daaraan gehecht de door partijen overgelegde spreekaantekeningen, en waarin de zaak op verzoek van partijen is aangehouden tot 25 augustus 2021 voor schikkingsberaad;  partijen hebben op 25 augustus 2021 de rechtbank meegedeeld dat zij geen schikking hebben bereikt en hebben de rechtbank gevraagd vonnis te wijzen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Ferrari is een Italiaanse producent en ontwerper van sportauto’s. Ferrari is houder van onder meer de volgende merkregistraties met gelding in onder meer Nederland (hierna: de merken): - de Uniemerkregistratie met nr. 000161950, geregistreerd op 2 oktober 1998 voor onder meer voertuigen: - de Uniemerkregistratie met nr. 00539585, geregistreerd op 19 november 1998 voor onder meer voertuigen: - de Uniemerkregistratie met nr. 000454546, geregistreerd op 7 november 2000 voor onder meer voertuigen: 2.2. In 1968 is de Ferrari 365 GTB4 gepresenteerd, ook wel bekend als de Daytona. In 1969 is de zogenaamde Spyder-versie van die auto, namelijk een cabrio, onder de naam Ferrari 365 GTS4 (hierna: de Daytona Spyder) uitgebracht. 2.3. In de jaren ’80 is door het Amerikaanse McBurnie Coachcraft de Corvette McBurnie Spyder (hierna: McBurnie) speciaal ontworpen voor Amerikaanse televisieserie Miami Vice. Er zijn toen in totaal 80 McBurnies geproduceerd. 2.4. De Daytona Spyder, althans het model/ de vormgeving waarop Ferrari zich in deze procedure beroept wat betreft de auteursrechtelijke bescherming, is afgebeeld op de afbeeldingen hieronder aan de linkerzijde en de McBurnie aan de rechterzijde: Voor- en achterkant: Zijkant: Zijkant links voor: Links achter: Interieur: Interieur stuur: 2.5. In 1984 is Ferrari in de Verenigde Staten een rechtszaak begonnen tegen McBurnie Coachcraft omdat McBrunie Coachcraft met de McBurnie met daarop Ferrarilogo’s een inbreuk zou hebben gemaakt op de merkrechten van Ferrari. De Amerikaanse rechter heeft geoordeeld dat in dit geval inderdaad sprake was van een merkinbreuk en heeft McBurnie Coachcraft verboden om nog meer McBurnies te produceren. 2.6. Veni Vidi Vici is een autohandel gespecialiseerd in de in- en verkoop van klassieke auto’s en oldtimers. In 2015 heeft Veni Vidi Vici een McBurnie gekocht voor € 37.500,-. Het chassis (onderstel) van deze McBurnie is van een Chevrolet Corvette C4. 2.7. Veni Vidi Vici heeft op de website van Veni Vidi Vici en op de website Classic Driver de McBurnie (met kenteken GS-955-K) aangeboden voor € 49.500,-. Bij de advertentie op de website Classic Driver stond ook een artikel uit het Nederlandse tijdschrift Autoweek Classics met als titel ‘vette Daytona’, waarin de McBurnie wordt besproken. 2.8. Ferrari heeft onderzoeksbureau Interro Recherchediensten (hierna: Interro) ingeschakeld om onderzoek te doen naar de McBurnie die door Veni Vidi Vici werd aangeboden. Op 11 mei 2020 is Interro op bezoek gegaan bij de loods waarin Veni Vidi Vici de McBurnie had gestald, en heeft hier gesproken met de heer [naam], de eigenaar van Veni Vidi Vici. Interro heeft hiervan een rapport opgemaakt. In dit rapport staat, voor zover relevant: “(…) Op maandag 11 mei 2020 (…) arriveerde ik, op het adres (…) te Oudkarspel (…), als zijnde de locatie waar de Corvette McBurnie gestald zou staan. (…) Ik zag dat op het voertuig de merken Ferrari op enkele plaatsen was aangebracht. Ik zag dat op de kofferbak van de personenauto het woordmerk ‘FERRARI’ in het voor Ferrari kenmerkende lettertype was aangebracht. Ik zag dat op de moterkap van een auto een geelkleurig embleem met een zwart steigerend paard (‘il cavallo rampante’), het kenmerkende Ferrari logo was aangebracht. Ik zag dat in de verlichtingsarmaturen van de richtingsaanwijzers een steigerend paard was aangebracht, als ook op het centrale gedeelte van het stuur. (…) Ik heb met de man, die zich bekend had gemaakt als de heer [naam], een gesprek gevoerd over deze personenauto. (…), en dat het voertuig op weerstand van Ferrari kon rekenen in verband met de gelijkenis met de Ferrari Daytona, als ook in verband met het feit dat de bouwer van deze personenauto, de heer Thomas McBurnie, vele procedures met Ferrari gevoerd zou hebben over de inbreuk op de merken- en modellenrechten van Ferrari. De heer [naam] vertelde mij dat de fotograaf die de foto’s voor op de website van Veni Vidi Vici gemaakt heeft de logo’s van Ferrari ook middels een softwareprogramma verwijderd heeft van de foto’s, om daarmee de risico’s op problemen met Ferrari te beperken. Bij controle van de (foto’s op de) website van Veni Vidi Vici Classic Cars B.V. bleek deze bewering juist: op een Antal van de aldaar geplaatste foto’s zijn de Ferrari-merken verwijderd. Teneinde deze verschillen overzichtelijk te maken heb ik hier onder (delen van) foto’s van deze personenauto zoals die op de website www.venividivici.info vindbaar zijn geplaatst, naast foto’s zoals deze door ondergetekende op maandag 11 mei 2020 genomen zijn aan de Praam 7H te Oudkarspel.(…) 2.9. De heer [naam] heeft de rechercheur van Interro ook enkele documenten, behorende bij de auto, laten zien. Op één van deze documenten, afkomstig van Thomas McBurnie, directeur van McBurnie Coachcraft, stond, voor zover relevant: “(…) To Whom It May Concern, The 1984 Corvette VIN# 161AY0786E5147631 was rebodied when it was new into a Miami Vice Daytona (replica 356GTS Ferrari Spyder) by my company McBurnie Coachraft. (…)” Een ander document was een bevestiging van inschrijving bij Rijksdienst voor het Wegverkeer (kentekenregister). Hierop staat vermeld: ‘Merk CHEVROLET’ en ‘Handelsbenaming MODEL DAYTONA’. 2.10. Bij beschikking van 14 mei 2020 heeft de voorzieningenrechter bij de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, verlof verleend tot het leggen van onder meer conservatoir beslag tot afgifte en gerechtelijke bewaring van de McBurnie. Op 15 mei 2020 is het beslag gelegd en de McBurnie in gerechtelijke bewaring genomen. 2.11. Bij brief van 25 mei 2020 heeft Ferrari Veni Vidi Vici onder meer gesommeerd de inbreuken op Ferrari-merken en vormgeving te staken en mee te werken aan vernietiging van de McBurnie. 2.12. Op 5 juni 2020 heeft Veni Vidi Vici gereageerd op de sommatie van Ferrari, en meegedeeld dat volgens haar geen sprake is van een auteursrechtinbreuk. 3Het geschil 3.1. Ferrari vordert dat de rechtbank bij voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: I. Veni Vidi Vici te bevelen onmiddellijk na het betekenen van dit vonnis, in de gehele Europese Unie, elke inbreuk op de merken en elke inbreuk op de auteursrechten van Ferrari op de Daytona Spyder te staken en gestaakt te zullen houden, waaronder in elk geval dient te worden begrepen elk gebruik van de McBurnie en daarmee overeenstemmende voertuigen; II. Veni Vidi Vici te bevelen onmiddellijk na het betekenen van het te dezen te wijzen vonnis, elk gebruik van een onrechtmatige slaafse nabootsing van de Daytona Spyder te staken en gestaakt te houden, waaronder in elk geval dient te worden begrepen elk gebruik van de McBurnie en daarmee overeenstemmende voertuigen; III. de vernietiging te gelasten van de McBurnie, inclusief alle bijbehorende documentatie en toegangssleutels, waarbij de advocaten van Ferrari worden gemachtigd deze vernietiging te laten uitvoeren, in aanwezigheid van een deurwaarder die van deze vernietiging een proces-verbaal opstelt en deze onmiddellijk na voltooiing zal toesturen aan de advocaten van Ferrari, waarbij de kosten van deze vernietiging en de deurwaarder ten laste komen van Veni Vidi Vici; IV. Ferrari toe te staan (stilstaand en bewegend) beeldmateriaal te (laten) maken van de bevolen vernietiging onder III, en Ferrari toe te staan dat beeldmateriaal zonder beperking wereldwijd te gebruiken, zo nodig na anonimisering om identificatie te voorkomen van derden die geen partij zijn bij deze procedure; V. Veni Vidi Vici te gebieden aan de advocaten van Ferrari, binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, een schriftelijke opgave te hebben doen toekomen, met aanhechting van kopieën van alle ter staving van deze opgave relevante bescheiden (waaronder orderbevestigingen, in- en verkoopfacturen en transportdocumentatie) met betrekking tot de aankoop en verkoop van de McBurnie (en daarmee overeenstemmende exemplaren), van: i. het totale aantal exemplaren van de McBurnie (en daarmee overeenstemmende voertuigen) dat Veni Vidi Vici, of enige (rechts)persoon die bij hem is aangesloten, heeft gekocht en/of verkocht en/of nog op voorraad heeft; ii. de volledige naam/namen van alle (rechts)personen die betrokken zijn bij de inkoop, verkoop en/of het in de handel brengen van de McBurnie (en daarmee overeenstemmende voertuigen), met inbegrip van de volledige naam/namen van alle professionele (rechts)personen aan wie Veni Vidi Vici de McBurnie (en daarmee overeenstemmende voertuigen) met het oog op wederverkoop heeft geleverd, waarbij voor elke betrokken (rechts)persoon moet worden aangegeven hoeveel exemplaren zijn geleverd; VI. te bepalen dat indien Veni Vidi Vici het gevraagde onder I-V hiervoor niet (volledig en/of) tijdig naleeft, hij een onmiddellijk opeisbare dwangsom verbeurt van € 5.000 voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat hij (één van) de hierboven bedoelde bevelen overtreedt, dan wel, zulks naar keuze van Ferrari, voor iedere afzonderlijke overtreding van (één van) deze bevelen, met een maximum van € 250.000 (tweehonderdvijftigduizend euro); VII. Veni Vidi Vici te veroordelen tot betaling van de proceskosten van Ferrari, zoveel mogelijk op de voet van artikel 1019h Rv, en – voor het geval het verschuldigde niet binnen 14 dagen na dit vonnis is voldaan – dat bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW te rekenen vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening. 3.2. Ferrari legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. Ferrari stelt dat Veni Vidi Vici inbreuk maakt op haar merkenrechten doordat de online advertentie van de McBurnie van Veni Vidi Vici op een aantal afbeeldingen Ferrari merken vertoont, namelijk: - Ferrari letters: achterzijde boven nummerbord, - het Ferrari paardje: in geel rechthoekje voorzijde boven nummerbord, het paardje als zodanig in knipperlicht voor, en het paardje als zodanig op het stuurwiel. Veni Vidi Vici maakt hierdoor inbreuk op de merkrechten van Ferrari op grond van artikel 9 lid 2 sub a, b, althans c van de Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk (hierna: UMVo). Ferrari stelt dat Veni Vidi Vici ook inbreuk maakt op het auteursrecht van Ferrari. Ferrari stelt dat de Daytona Spyder een auteursrechtelijk beschermd werk is. Omdat de McBurnie nagenoeg alle kenmerkende elementen van de Daytona Spyder heeft overgenomen en de totaalindruk overeenstemt met de Daytona Spyder, is sprake van een inbreuk op haar auteursrecht. Ferrari stelt bovendien dat de McBurnie een onrechtmatige slaafse nabootsing is van de Daytona Spyder. 3.3. Veni Vidi Vici voert verweer. De door Ferrari genoemde merken op de McBurnie worden niet betwist, behalve de Ferrari letters aan de achterzijde boven het nummerbord, deze zijn namelijk alleen op verzoek van de ‘verkoper’ (de rechercheur van Interro) op de auto geplaatst. Daarnaast heeft Veni Vidi Vici ook al aan Ferrari aangeboden om de merken van McBurnie te verwijderen. Veni Vidi Vici betwist wel, op diverse gronden, dat de Daytona Spyder in Nederland een auteursrechtelijk beschermd werk is en dat sprake zou zijn van slaafse nabootsing. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Partijen zijn verwikkeld in een geschil over een McBurnie, een auto uit de bekende Miami Vice serie, die volgens Ferrari een namaakversie is van haar iconische Daytona Spyder. Met het aanbieden van de McBurnie zou Veni Vidi Vici inbreuk maken op verschillende exclusieve rechten van Ferrari. Achtereenvolgens zullen de inbreuk op het merkenrecht, auteursrecht en slaafse nabootsing worden beoordeeld. Maar eerst zullen de bevoegdheid en het toepasselijke recht worden vastgesteld. Bevoegdheid en toepasselijke recht 4.2. Aangezien Ferrari een vennootschap naar buitenlands recht is, heeft de zaak een internationaal karakter en dient de rechtbank eerst ambtshalve te beoordelen of zij bevoegd is kennis te nemen van het geschil van partijen. 4.3. De rechtbank is wat betreft de vorderingen gebaseerd op de merken, internationaal en relatief bevoegd om van de vorderingen kennis te nemen omdat Veni Vidi Vici in Nederland is gevestigd (artikelen 123 lid 1, 124 aanhef en onder a en 125 lid 1 UMVo en artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening inzake het Gemeenschapsmerk). 4.4. Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op inbreuk op auteursrecht en slaafse nabootsing is de Nederlandse rechter bevoegd daarvan kennis te nemen op grond van artikel 4 lid 1 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Brussel I-bis), omdat Veni Vidi Vici is gevestigd Nederland, en de vordering een handelszaak betreft die is ingesteld na 10 januari 2015. De rechtbank Den Haag is relatief bevoegd, alleen al omdat de bevoegdheid van deze rechtbank niet is betwist (artikel 110 Rv). 4.5. De rechtbank past voor de beoordeling van de vorderingen van Ferrari het commuun recht (het UMVo) toe (artikel 129 UMVo). Voor het overige, alle aangelegenheden die niet door het desbetreffende communautaire instrument zijn geregeld, geldt dat dit wordt beheerst door het recht van het land waar de inbreuk is gepleegd, (artikel 8 lid 2 Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II)), in dit geval Nederland en dus Nederlands recht. Merkinbreuk? 4.6. Vaststaat dat Ferrari beschikt over de onder 2.1 genoemde Uniemerken. Vaststaat dat de McBurnie is voorzien van Ferrari logo’s en de naam Ferrari. Het gaat hier om de merken op de plekken: - Ferrari letters: achterzijde boven nummerbord, - het Ferrari paardje: in geel rechthoekje voorzijde boven nummerbord, het paardje als zodanig in knipperlicht voor, en het paardje als zodanig op het stuurwiel (zie afbeeldingen 2.8). Volgens Ferrari heeft Veni Vidi Vici inbreuk gemaakt op haar merkrechten door de McBurnie met de merken op het internet aan te bieden. 4.7. Op grond van artikel 9 lid 2 onder a UMVo kan Ferrari het gebruik van een teken in het economische verkeer voor waren en diensten verbieden wanneer het teken gelijk is aan het Uniemerk en wordt gebruikt voor waren of diensten die gelijk zijn aan die waarvoor het Uniemerk is ingeschreven. Het verwarring- en verwateringsgevaar wordt verondersteld en hoeft niet te worden bewezen. Wel dient het gebruik afbreuk te doen of te kunnen doen aan de wezenlijke functie, de herkomstfunctie van het merk, waarbij de mogelijkheid tot een vergissing door de consument voldoende is.1 Van gebruik in het economisch verkeer is sprake wanneer het gebruik plaatsvindt in het kader van een handelsactiviteit waarmee een commercieel doel wordt nagestreefd en niet in de particuliere sfeer.2 4.8. Wat betreft de afbeelding van het Ferrari paardje als zodanig in het knipperlicht voor, en het paardje als zodanig op het stuurwiel, stemmen deze overeen met de Uniemerkregistratie met nr. 000454546, welk merk ook uitsluitend het paardje – dus zonder het woord Ferrari – betreft. Het gele teken met Ferrari paardje en het woord Ferrari in het gele rechthoekje aan de voorzijde boven het nummerbord stemt overeen met de Uniemerkregistratie met nr. 00539585. Ook het woord Ferrari aan de achterzijde boven het nummerbord stemt overeen met de Uniemerkregistratie met nr. 000161950. Dat het merk grote bekendheid heeft zodat het een groot onderscheidend vermogen heeft, is niet betwist, net zo min als het gebruik van het teken voor dezelfde waren als de waren waarvoor het merk is geregistreerd. Daarnaast gaat het ook om tekens die worden gebruikt in het economisch verkeer. Het plaatsen van een online advertentie ter verkoop van de McBurnie valt te kwalificeren als een handelsactiviteit waarmee een commercieel doel wordt nagestreefd. Wat betreft de tekens op de knipperlichten, het stuur en de letters aan de achterzijde boven het nummerbord, geldt dat deze weliswaar niet, althans niet goed, zichtbaar waren in de online-advertentie, maar wel in de loods waar de McBurnie te bezichtigen was. Dat betekent dat een potentiële koper met deze tekens geconfronteerd kon worden bij het bezichtigen van de McBurnie, hetgeen ook blijkt uit het onderzoeksrapport van Interro (zie 2.8). Daarmee is sprake van het aanbieden onder gebruikmaking van de tekens, hetgeen neerkomt op gebruik in het economisch verkeer. Dat geldt ook voor de letters aan de achterzijde boven het nummerbord, ondanks het verweer van Veni Vidi Vici dat die letters slechts op de McBurnie waren geplaatst omdat de rechercheur van Interro hier om zou hebben gevraagd. Dit feit is door Veni Vidi Vici immers verder niet onderbouwd terwijl in het onderzoeksrapport van Interro staat dat dit teken (de Ferrari letters) al op de McBurnie zat. Daarmee staat inbreuk op de merken vast. Auteursrechtinbreuk? - auteursrechtelijk beschermd werk? 4.9. Ten eerste is tussen partijen in geschil of de Daytona Spyder een auteursrechtelijk beschermd werk is. Beoordeeld dient te worden of de Daytona Spyder auteursrechtelijke bescherming toekomt op grond van het unierechtelijk werkbegrip. Ferrari stelt hiertoe dat de Daytona Spyder de volgende auteursrechtelijk beschermde elementen heeft: Het lijnenspel een lange, brede motorkap, welke motorkap vanaf de raamzijde richting de voorzijde geleidelijk afloopt in een punt naar beneden, waarbij de sterkste glooiing aan de voorzijde van de motorkap zichtbaar is (zie foto’s 2.4: zijkant); een naar achteren gerichte cockpit, hetgeen zich uit in de naar de achterzijde van de auto gerichte raamstijlen (zie foto’s 2.4: zijkant); een canvas cabrio-dak dat schuin afloopt naar de achterkant (zie foto’s 2.4: zijkant links voor); en een korte, platte kofferbak, welke abrupt afgesneden lijkt, d.w.z. vrijwel recht naar beneden eindigt (zie foto’s 2.4: zijkant en interieur). Combinatie van kenmerkende ontwerpelementen i. i) Voorkant (zie foto’s 2.4: voor- en achterkant): chromen raamstijlen; twee brede luchtinlaten op de motorkap, één aangebracht aan de linker- en één aan de rechterkant, meer richting de raamzijde dan de voorzijde; twee inklappende koplampen, elk ongeveer ter breedte van een kwart van de totale breedte van de motorkap; een Ferrari-beeldmerk geplaatst midden tussen de koplampen; een knipperlicht op elke voorste hoek, direct naast de koplampen, welke doorloopt richting de zijkant van de auto; twee losse chromen stroken, met daarop een zwarte lijn per strook, welke stroken ieder op enige afstand onder de motorkap ‘zweven’, en waarbij elke strook zich voor een kort deel bevindt op de zijkant van de auto, waarna deze buigt naar de voorkant van de auto, en welke niet de hele voorkant van de auto bestrijkt; en tussen voornoemde chromen stroken geplaatst een zilverkleurige grille met rechthoekige gaten; ii) Zijkant (zie foto’s 2.4: zijkant en zijkant links voor): aan de voorzijde een knipperlicht dat doorloopt over de voorkant, welk knipperlicht vanaf de voorzijde geleidelijk smaller wordt richting de achterkant, en met daarop in een cirkel aangebracht een Ferrari beeldmerk; twee wielkasten met een rand die enigszins uitsteekt ten opzichte van de rest van de zijkant; een body line (d.w.z. een duidelijk zichtbare lijn), welke is gestanst in het koetswerk van de zijkant, lopend vanaf achter de voorste wielkast tot het uiterste einde van de auto, en geplaatst ongeveer halverwege de hoogte van de zijkant; en een chromen zijspiegel aan de bestuurderszijde; iii) Achterkant (zie foto’s 2.4: voor- en achterkant, zijkant en links achter): een relatief platte kofferbak, met aan de bovenzijde een Ferrari beeldmerk geplaatst; een chromen handgreep, in het midden geplaatst en direct onder de scheiding tussen de bovenkant van de achterkant en achterzijde van de achterkant; aan de achterzijde van de achterkant de vorm van de achterbak in een trapezium; vier losse, ronde achterlichten, welke per stuk enigszins uitsteken van hun losse chromen behuizing, en welke per set van twee enigszins verzonken zijn in de achterzijde van de achterkant; twee losse chromen stroken, met daarop een zwarte lijn per strook, welke stroken op enige afstand van de motorkap ‘zweven’, en welke niet de hele achterkant van de auto bestrijkt; het vervolg van de op de zijkant ingezette body line over de gehele breedte van de achterzijde van de achterkant; en twee dubbele en chromen uitlaatstukken, elk geplaatst in het midden onder elke losse chromen strook, welke uitlaatstukken opvallend uitsteken onder het koetswerk; iv) Interieur (zie foto’s 2.4: interieur en interieur stuur): geheel uitgevoerd in dezelfde kleur, met daarbij een opvallend karakteristiek patroon van zwarte strepen aangebracht op het zitvlak en de rugleuning van de beide stoelen; en een stuur met een Ferrari-beeldmerk. 4.10. Om als auteursrechtelijk werk beschermd te kunnen zijn in de zin van artikel 10 Auteurswet (Aw), moet het voortbrengsel oorspronkelijk zijn, in die zin dat het een eigen intellectuele schepping van de maker is die de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt en tot uiting komt door de vrije creatieve keuzes van de maker bij de totstandkoming van het werk.3 Ook een verzameling of bepaalde selectie van op zichzelf niet beschermde elementen kan een (oorspronkelijk) werk zijn in de zin van de Aw.4 Daarbuiten valt in elk geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarin geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen.5 De keuzes van de maker mogen niet louter een technisch effect dienen of te zeer het resultaat zijn van een door technische uitgangspunten beperkte keuze; de verschillende manieren om een idee uit te voeren zijn dan zodanig beperkt dat het idee samenvalt met de uitdrukking ervan en de auteur onmogelijk uitdrukking kan geven aan zijn creatieve geest en tot een resultaat kan komen dat een eigen intellectuele schepping vormt.6 Of aan voornoemde maatstaf is voldaan, dient beoordeeld te worden naar de situatie op het moment waarop het voortbrengsel tot stand is gebracht. Voorts geldt dat de enkele omstandigheid dat het werk of bepaalde elementen daarvan, passen binnen een bepaalde mode, stijl of trend niet betekent dat het werk of deze elementen zonder meer onbeschermd zijn. Onderzocht moet worden of de vormgeving van de (combinatie van de) verschillende elementen zodanig is dat aangenomen kan worden dat met het ontwerp door de maker op een voldoende eigen wijze uiting is gegeven aan de vigerende stijl, trend of mode.7 4.11. De rechtbank neemt bij de beoordeling de (combinatie van) elementen die door Ferrari zijn aangemerkt als kenmerkend, als uitgangspunt. Daarbij heeft Ferrari ter zitting enkele elementen verder toegelicht ter onderbouwing van haar stelling dat bij deze elementen of een combinatie daarvan een creatieve keuze is gemaakt. Bijvoorbeeld de uitklapbare koplampen: bij die koplampen gaat het dan niet om het technische aspect van de uitklapbaarheid, maar om de vormgeving van deze koplampen op deze specifieke plek en daar precies tussenin in het midden van de motorkap het Ferrari-beeldmerk. Ook het feit dat de koplampen doorlopen naar de zijkant is een creatieve keuze, specifiek kenmerkend voor Ferrari, zonder dat dit een technisch effect heeft. Een ander voorbeeld is de bumper aan de voorzijde. Ferrari heeft toegelicht dat deze bumper zelfs meer een sierelement van de auto is dan dat deze een praktische functie als bumper heeft. Nog een voorbeeld zijn de knipperlichten waarin het Ferrari paardje is afgebeeld, aldus Ferrari. Veni Vidi Vici betwist dat sprake is van een auteursrechtelijk beschermd werk. 4.12. Het betoog van Veni Vidi Vici dat Ferrari niet alle stijlelementen die zichtbaar zijn op de Daytona Spyder kan claimen, omdat niet al deze elementen behoren toe aan Ferrari, slaagt niet. Een combinatie of een verzameling van op zichzelf niet beschermde elementen kan namelijk ook een (oorspronkelijk) werk zijn in de zin van de Aw en Ferrari heeft voldoende toegelicht dat daar sprake van is. Veni Vidi Vici heeft verder niet toegelicht waarom zij meent dat de Daytona Spyder geen eigen oorspronkelijk karakter heeft of dat creatieve keuzes niet zichtbaar zijn, anders dan dat alle sportauto’s gebruik maken van een lijnenspel of meerdere auto’s inklapbare koplampen hebben. Ferrari heeft voldoende toegelicht dat alle losse elementen tezamen een creatieve keuze zijn van Ferrari. Het verweer van Veni Vidi Vici is in het licht van de toelichting van Ferrari te algemeen. Zij heeft niet betwist dat deze vorm zo algemeen is dat deze niet kan worden beschermd. Dit leidt tot de conclusie dat het ontwerp/ vormgeving van de Daytona Spyder voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. - beroep op artikel 2.7 Berner Conventie 4.13. Veni Vidi Vici heeft bovendien als verweer aangevoerd dat Daytona Spyder auteursrechtelijke bescherming in Nederland ontbeert op grond van de reciprociteitsregel van artikel 2 lid 7 Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst (hierna: BC), hetgeen Ferrari betwist. 4.14. De materiële-reciprociteitstoets in artikel 2 lid 7 BC houdt in dat wanneer een bepaald voorwerp in zijn land van oorsprong alleen voor bescherming als model in aanmerking komt en niet wordt gekwalificeerd als werk van toegepaste kunst, dit ook heeft te gelden in de andere landen die zijn aangesloten bij de BC. In die andere landen – onder de desbetreffende leges loci protectionis – komt dit voorwerp dan alleen voor bescherming als model in aanmerking en wordt het niet als werk van toegepaste kunst gekwalificeerd, met als gevolg dat het in de andere landen van de Berner Conventie geen auteursrechtelijke bescherming geniet (Hof Den Haag 22 januari 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:BY8716, r.o. 6.5.1). 4.15. Gegeven deze materiële-reciprociteitstoets zal de rechtbank eerst beoordelen of de Daytona Spyder in het land van oorsprong, Italië, wordt beschermd als werk van toegepaste kunst, oftewel aldaar auteursrechtelijke bescherming geniet (HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR3059, r.o. 5.2.3 en Hof Den Haag 22 januari 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:BY8716, r.o. 6.5.1 e.v.). 4.16. Zoals hiervoor is geoordeeld, komt de Daytona Spyder auteursrechtelijke bescherming toe op basis van het unierechtelijk werkbegrip. Deze toets is voor Nederland en Italië hetzelfde, omdat dit Europees is geharmoniseerd en beide landen tot de Europese Unie behoren (HvJ EU 12 september 2019, ECLI:EU:C:2019:721, Cofemel-arrest). Op grond hiervan neemt de rechtbank aan dat de Daytona Spyder in Italië auteursrechtelijke bescherming geniet, oftewel kwalificeert als werk van toegepaste kunst in Italië als bedoeld in artikel 2 lid 7 BC. 4.17. Gegeven dit oordeel, behoeft de vraag of voldaan is aan de in artikel 2 lid 7 BC genoemde voorwaarde dat de Daytona Spyder in Italië voor bescherming als model in aanmerking komt (waarover partijen verdeeld zijn), geen beantwoording. Immers, ingeval van een ontkennend antwoord, is niet voldaan aan deze voorwaarde en treedt het in artikel 2 lid 7 BC genoemde gevolg - te weten: geen auteursrechtelijke bescherming in Nederland - reeds daarom niet in. In het geval van een bevestigend antwoord zal – gegeven het voorgaande – sprake zijn van samenloop (vgl. Cofemel-arrest voornoemd) van enerzijds het in aanmerking komen voor bescherming als model en anderzijds de kwalificatie als werk van toegepaste kunst als bepaald in artikel 2 lid 7 BC. Alsdan is dus niet voldaan aan de voorwaarde dat de Daytona Spyder “alleen voor bescherming als model in aanmerking komt” in Italië en treedt voornoemd gevolg daarom niet in. De conclusie is dan ook dat artikel 2 lid 7 BC niet verhindert dat aan de Daytona Spyder auteursrechtelijke bescherming toekomt in Nederland. - auteursrechtelijke elementen van belang voor overeenstemming 4.18. Vervolgens ligt de vraag voor of de McBurnie inbreuk maakt op het aan Ferrari toekomende auteursrecht op de Daytona Spyder. 4.19. Ferrari doet een beroep op de auteursrechtelijk beschermende elementen van de Daytona Spyder zoals hiervoor benoemd onder 4.9. Zij stelt dat vrijwel alle elementen zijn overgenomen in de McBurnie. De elementen genoemd onder 4.9 dienen dus te worden aangemerkt als overeenkomende elementen die de McBurnie ook bezit. De enkele verschillen die tussen beide auto’s bestaan, komen doordat het casco van de McBurnie een Chevrolette C4 is, waar de Daytona als het ware overheen is ‘geboetseerd’. De enkele verschillen die hierdoor zijn ontstaan, zijn dus geen verschillen waarvoor specifiek is gekozen, maar komen slechts voort uit het feit dat een ander onderstel is gebruikt. Deze verschillen zijn daardoor niet kenmerkend. Er is simpelweg zoveel mogelijk geprobeerd om een Daytona Spyder na te maken, aldus Ferrari. Daarnaast heeft Ferrari aangevoerd, op basis van enkele artikelen uit autotijdschriften en autoblogs, dat het algemeen bekend is dat de McBurnie een replica is. Dit blijkt zelfs uit het kentekenregister doordat bij ‘model’ staat: ‘Handelsbenaming MODEL DAYTONA’ en uit de verklaring van Thomas McBurnie waarin hij de McBurnie een ‘replica 356GTS Ferrari Spyder’ noemt (zie 2.9). 4.20. Veni Vidi Vici betwist dat sprake is van inbreuk omdat de totaalindruk van de McBurnie volgens hem op veel punten afwijkt van de Daytona Spyder en dus niet overeenkomt. Zij wijst waar het de vormgeving betreft op de volgende verschillen: - Honderden sportauto’s uit die periode hebben inklapbare koplampen, dus daar kan een inbreuk niet uit voortkomen. Bovendien springen bij de koplampen direct de verschillen in omvang en grootte in het oog; - Talloze auto’s hebben luchtinlaten. De positie van de luchtinlaten zit op een andere plek; bij de McBurnie op het randje, veel meer naar de zijkant en bij Ferrari juist meer in het midden; - Ook door de spiegels onderscheidt Ferrari zich heel duidelijk; bij Ferrari zijn de spiegels op de deur geschroefd, zijn de spiegels van chroom én hebben de spiegels ook nog eens een compleet andere vorm. Bij de McBurnie zitten de spiegels bovendien op de A-zuil; - Praktisch elke auto van die tijd heeft een taille lijn, dus daar kan de inbreuk niet uit voortkomen; - Bij een vergelijking tussen de spatborden valt op dat McBurnie zowel voor als achter een dikke, brede, lompe rand heeft, waar Ferrari juist een zeer dunne en gestileerde rand heeft; - Ten aanzien van de wielen geldt dat praktisch alle sportauto’s in die tijd knock-off velgen hebben, dus daar kan de inbreuk niet uit voortkomen. Bovendien verschillen de maat, vorm en spaakvelg van de wielen compleet; - De knipperlichten zijn bij Ferrari oranje/wit en bij McBurnie volledig oranje; - Grote verschillen zijn waarneembaar bij de deurgrepen. Bij Ferrari zijn deze tegen het raam aan en bijna onzichtbaar ingebouwd. Het is een heel ingenieus systeem met een lipje dat je omhaalt, terwijl de lompe en lage deurgreep bij McBurnie de Corvette direct verraadt; - Ook de achterkant is anders: bij Ferrari loopt de achterkant bijna recht naar beneden. De McBurnie heeft een compleet andere hoekige vorm, deze loopt heel schuin van buiten, naar binnen, naar buiten; - Bij het interieur is geen enkele gelijkenis; de stoelen zijn volledig anders (aantal banen, hoofdsteunen, lijnen), terwijl bovendien de stoel van Ferrari gestileerd is en uit één deel bestaat waar de McBurnie stoel uit twee delen is opgebouwd. Het dashboard/cockpit van de Ferrari bestaat uit een heel mooi analoog klokkenpaneel, terwijl het dashboard van McBurnie (lees: de C4 Corvette waarvan hier sprake is) geheel digitaal is; - Het stuur van Ferrari (3 spaken) lijkt ook in geen enkel opzicht op het stuur van McBurnie (2 spaken en heel ander materiaal); - Ook de midden console van McBurnie lijkt in het niets op het midden console van Ferrari. 4.21. Daarnaast doet Veni Vidi Vici ook een beroep op verschillen die zijn aangedragen in de zaak C/09/595417 / HA ZA 20-633, weergegeven in het vonnis van 2 juni 2021van de rechtbank Den Haag [ECLI:NL:RBDHA:2021:6352] (hierna: de eerdere zaak/ het eerdere vonnis). Veni Vidi Vici voert op basis daarvan het volgende aan. De eerdere zaak komt nagenoeg overeen met de onderhavige. De eerdere zaak verschilt hiermee weliswaar op een paar punten omdat het daar ging om een McBurnie met een Corvette C3 chassis en in het onderhavige geval om een McBurnie met een chassis van een Corvette C4, maar de verschillen zijn daardoor alleen maar groter geworden omdat onder andere het interieur van een Corvette C4 nog meer verschilt van een Daytona Spyder. De verschillen genoemd in het eerdere vonnis onder r.o. 4.7 moet hier als herhaald en ingelast worden beschouwd, aldus Veni Vidi Vici: - De wielbasis van de McBurnie is langer: 249 cm in plaats van 240 cm; - De carrosserie zit hoger waardoor alle lengte en hoogte-maten afwijken; - De spatborden van de McBurnie zijn uitgebouwd, breder en dikker; - De lijnen van de deuren en motorkapscheiding en koplampscheiding op het front lopen geheel anders; - Het vooraanzicht van de McBurnie heeft geen scheidingslijn in de breedte boven de koplampen; - De neus is hoekiger en steiler geknikt; - De deurstijlen zijn anders en de deuren lopen verder naar voren voorbij de raamstijl; - De McBurnie heeft bij ingeklapte koplampen geen zichtbare koplamp terwijl bij de Daytona Spyder tussen de inklapbare koplampen en de knipperlichten nog een witte lamp zit; - De voorruit is anders: - De voorruit van de McBurnie is smaller, minder rond en staat rechter op; - De raamstijl van de McBurnie is van aluminium en niet gespoten, bij de Daytona Spyder wel; - De Daytona Spyder heeft een zijraamstijl en daardoor een extra zijruit, de McBurnie niet; - De McBurnie heeft aan de achterkant zijlampen, de Daytona Spyder niet; - Het cabrio-dak is anders vormgegeven; - De velgen zijn verschillend, bij de McBurnie ligt de velg dieper naar binnen en lopen de spaken, die ook anders zijn gevormd, vanuit het midden schuin naar binnen en bovendien is de dop in het midden bij beide heel verschillend; - De spiegels zijn verschillend, die van de Daytona Spyder zijn veel ronder; - Het deurslot bij de McBurnie betreft een hendel bovenop de deur, bij de Daytona Spyder zit die in de zijkant van de deur; - De uitlaten staan bij de McBurnie onder een schuine hoek, bij de Daytona Spyder niet; - Het interieur en instrumentarium wijken af, onder meer omdat de McBurnie een automaat is terwijl de Daytona Spyder een handversnellingsbak heeft. 4.22. Ferrari heeft betwist dat de verschillen die zijn aangevoerd in de eerdere zaak hier als herhaald en ingelast kunnen worden beschouwd. In de eerdere zaak ging het naar vaststaat om een Corvette C3 en hier om een Corvette C4. De stellingen en verweren uit die eerdere zaak kunnen daarom hier niet zomaar gelden; de totaalindrukken zijn anders omdat het onderstel van de auto’s anders is. Bovendien oordeelde de rechtbank in de eerdere zaak dat Ferrari de verschillen niet voldoende had weersproken en deze daardoor waren komen vast te staan, terwijl in de onderhavige zaak Ferrari de verschillen wel heeft betwist, aldus Ferrari. - inbreuk? 4.23. Vaste rechtspraak is dat voor de vraag of sprake is van een verveelvoudiging in auteursrechtelijke zin, de totaalindrukken van het werk en de gestelde verveelvoudiging daarvan met elkaar dienen te worden vergeleken. Bij die vergelijking zijn de auteursrechtelijk beschermde elementen, met inbegrip van de onbeschermde elementen voor zover de combinatie daarvan in het beweerdelijk nagebootste werk aan de "werktoets" beantwoordt, bepalend.8 4.24. Ferrari heeft de door haar benoemde overeenkomsten toegelicht met foto’s van voor-, zij- en achterzijde en het interieur (zie 2.4). Op basis van deze foto’s heeft Veni Vidi Vici juist toegelicht welke verschillen er tussen beide auto’s bestaan. 4.25. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een overeenstemmende totaalindruk. Redengevend is het volgende. Duidelijk is te zien dat de sportauto’s een zelfde soort stijl hebben; een lange, brede, platte motorkap, een kortere achterzijde en een lijnenspijl aan de zijkant van de auto. Toch springen de verschillen het meest in het oog. Ten eerste is er de in het oog springende achterzijde van beide auto’s. Bij de Daytona Spyder is sprake van, zoals Ferrari zelf stelt, ‘een korte, platte kofferbak, welke abrupt afgesneden lijkt, dat wil zeggen, vrijwel recht naar beneden eindigt’. Bij de McBurnie is daarentegen sprake van een andere rond-hoekige vorm, deze loopt heel schuin van buiten, naar binnen, naar buiten. Ook is de achterzijde bij de McBurnie veel malen breder en oogt deze daardoor wat ‘lomper’ in vergelijking tot de slanke achterzijde van de Daytona Spyder. Ook aan de voorzijde is waarneembaar dat de McBurnie een meer brede hoekige neus heeft en de Daytona Spyder een slankere glooiend aflopende voorkant. Verder zijn de details in afwerking van de Daytona Spyder meer luxueus, zoals de chromen spiegels, de bumperranden en de velgen. Dit komt zelfs nog meer tot uitdrukking in het interieur van de auto, waarbij met name het stuur en het dashboard totaal verschillen door gebruik van materialen en vormen; het dashboard van de Daytona Spyder bestaat uit een analoog klokkenspel terwijl dit bij de McBurnie geheel digitaal is, en het stuur van de Daytona Spyder bestaat uit drie spaken, is licht van kleur terwijl het stuur van de McBurnie twee spaken heeft en geheel zwart is. Bovendien zijn de wielkasten van beide auto’s erg verschillend. De wielkasten van de McBurnie zijn breed en rond terwijl de wielkasten van de Daytona Spyder slechts een smalle dunne rand hebben en niet verder uitsteken. Ook staat de McBurnie breder op de wielen dan de Daytona Spyder die smaller oogt. Dat er door een ander onderstel van de auto verschillen zijn ontstaan zou volgens Ferrari niet relevant zijn omdat dit geen bewuste keuze is maar slechts het gevolg is van dat andere onderstel. Dit doet er echter niet aan af dat juist de voornoemde verschillen leiden tot een andere totaalindruk. De conclusie is dan ook dat van een inbreuk op het auteursrecht van Ferrari geen sprake is. De overige verweren van Veni Vidi Vici behoeven gezien dit oordeel geen verdere bespreking. Slaafse nabootsing 4.26. Ferrari stelt dat Veni Vidi Vici door het aanbieden van de McBurnie ook onrechtmatig handelt omdat sprake is van slaafse nabootsing. Veni Vidi Vici betwist dit. 4.27. Ten aanzien van nabootsing van een stoffelijk product geldt dat dit in beginsel vrijstaat, tenzij door die nabootsing verwarring bij het publiek kan ontstaan en de nabootsende concurrent tekortschiet in zijn verplichting om bij dat nabootsen alles te doen wat redelijkerwijs, zonder afbreuk te doen aan de deugdelijkheid of bruikbaarheid van zijn product, mogelijk en nodig is om te voorkomen dat door gelijkheid van beide producten gevaar voor verwarring ontstaat. Bij de beoordeling van het verwarringsgevaar moet rekening worden gehouden met alle relevante omstandigheden van het geval.9 4.28. Ferrari heeft haar stelling dat sprake is van slaafse nabootsing onderbouwd met dezelfde feitelijke grondslag als de auteursrechtinbreuk. Gelet op het feit dat hiervoor is overwogen dat er geen sprake is van een auteursrechtinbreuk is ook van onrechtmatig handelen wegens slaafse nabootsing geen sprake. Conclusie 4.29. Er is sprake van een merkinbreuk zodat vordering I kan worden toegewezen met betrekking tot de merkinbreuk. Het inbreukverbod wordt opgelegd op een termijn van vijf werkdagen. De vordering tot het staken van de auteursrechtinbreuk (vordering I) en de slaafse nabootsing (vordering II) worden afgewezen. 4.30. Ferrari heeft gevorderd dat de McBurnie wordt vernietigd, en toestemming om daarvan beeldmateriaal te maken. Dit wordt afgewezen. De inbreuk tot het staken van de merkinbreuk kan ook met een minder ingrijpend middel worden bereikt, namelijk door verwijdering van de merken van de McBurnie, zoals Veni Vidi Vici zelf ook al eerder had aangeboden. Er bestaat verder geen reden om tot vernietiging van de McBurnie over te gaan. Het feit dat Ferrari heeft aangevoerd dat ontmanteling of onttrekking aan het verkeer onvoldoende is omdat zij een signaal wil afgeven aan de markt (afschrikwekkend effect) maakt dit niet anders. Indien rekening wordt gehouden met de evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en deze maatregel staat dit niet in verhouding, de merkinbreuk kan ook al worden gestaakt door het verwijderen van de merken. De rechtbank zal daarom toewijzen dat Veni Vidi Vici wordt veroordeeld tot het verwijderen en definitief vernietigen van alle onder 4.6 genoemde tekens, binnen vijf werkdagen nadat de McBurnie weer aan haar beschikbaar is gesteld. Daarbij wordt opgemerkt dat het in deze procedure gegeven oordeel deze beschikbaarstelling van de (thans nog beslagen) McBurnie veronderstelt. De verwijdering van de tekens zal plaatsvinden op kosten van Veni Vidi Vici en in aanwezigheid van een deurwaarder die daarvan een proces-verbaal opmaakt, eveneens op kosten van Veni Vidi Vici. 4.31. Ferrari vordert opgave van het totaal aantal exemplaren van de McBurnie dat Veni Vidi Vici heeft gekocht, verkocht of op voorraad heeft, en rechtspersonen die betrokken waren bij de inkoop of verkoop van de McBurnie (vordering V). Ferrari heeft hiertoe gesteld dat zij verder inzicht wil krijgen in de omvang van de inbreuk op haar rechten. Veni Vidi Vici heeft hiertegen verweer gevoerd en ter zitting toegelicht dat het slechts gaat om één enkel exemplaar van de McBurnie afkomstig uit een privécollectie van de inmiddels overleden compagnon van Veni Vidi Vici. Ferrari heeft daarop haar belang bij deze vordering niet nader toegelicht. Deze vordering wordt dan ook afgewezen. 4.32. De gevorderde dwangsom (vordering VI) wordt toegewezen, vanaf de datum van betekening van dit vonnis, nu Ferrari er belang bij heeft voornoemde twee veroordelingen te ondersteunen met een dwangsom, met dien verstande dat deze wordt gematigd als in de beslissing vermeld. - proceskosten 4.33. Nu partijen over en weer op niet ondergeschikte punten in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat ieder van partijen haar eigen kosten draagt. 5De beslissing De rechtbank 5.1. beveelt Veni Vidi Vici binnen vijf werkdagen nadat McBurnie weer aan haar beschikbaar is gesteld, in de gehele Europese Unie, elke inbreuk op de merken te staken en gestaakt te houden, 5.2. beveelt Veni Vidi Vici binnen vijf werkdagen nadat de McBurnie weer aan haar beschikbaar is gesteld, de merken van de McBurnie te verwijderen en definitief te vernietigen, in aanwezigheid van een deurwaarder die van deze verwijdering en vernietiging een proces-verbaal opstelt en deze onmiddellijk na voltooiing zal toesturen aan de advocaten van Ferrari, waarbij de kosten van het verwijderen, de vernietiging en de deurwaarder ten laste komen van Veni Vidi Vici, 5.3. bepaalt dat indien Veni Vidi Vici het onder 5.1 en 5.2 bepaalde niet volledig en/of tijdig naleeft, zij een onmiddellijk opeisbare dwangsom verbeurt van € 1.000,00 (duizend euro) voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, te rekenen vanaf de datum van betekening van dit vonnis, dat zij (één van) de bedoelde bepalingen overtreedt, dan wel, zulks naar keuze van Ferrari, voor iedere afzonderlijke overtreding van (één van) deze bevelen, met een maximum van € 100.000,00 (honderdduizend euro), 5.4. bepaalt dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.5. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt, 5.6. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. van Eekeren, rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Den Haag, en in het openbaar uitgesproken door mr. D. Nobel op 3 november 2021.10 1HvJ EU 11 september 2007, C17/06, ECLI:EU:C:2007:497 (Céline) 2HvJ EG 12 november 2002, ECLI:EU:C:2002:651, (Arsenal/Reed); HvJ EU 16 juli 2015, ECLI:EU:C:2015:497, (Top Logistics); HvJ EU 30 april 2020, C-772/18, ECLI:EU:C:2020:341 (Kogellagers) 3HvJEG 16 juli 2009, ECLI:EU:C:2009:465, C-5/08 (Infopaq I) en HvJEU 1 december 2011, ECLI:EU:C:2011:798, C-145/10 (Painer) 4Hoge Raad 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY1529 (Stokke / H3) 5Hoge Raad 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2153 (Endstra-tapes) 6Hoge Raad 16 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU8940, (Lancôme / Kecofa) 7Hoge Raad 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY1529 (Stokke / H3) 8HR 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY1529 (Stokke/H3) 9HR 20 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ6999 (Lego), HR 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:938 (All Round/Simstars) 10type: EK coll: EE
412057Chevrolet Corvette C31977GialloNero1Z37X7S412057Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 11-10-2022 Datum publicatie 11-10-2022 Zaaknummer 200.300.003-01 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2021:6352, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Rechtsgebieden Intellectueel-eigendomsrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie Door een te koop aangeboden zelfbouwauto of "kitcar" wordt inbreuk gemaakt op merk- en auteursrechten van Ferrari met betrekking tot haar Daytona Spyder. Het hof beveelt de staking van deze inbreuken en de gedeeltelijke vernietiging van de "Kitcar". Vindplaatsen Rechtspraak.nl Verrijkte uitspraak Uitspraak GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht, Team Handel Zaaknummer : 200.300.003/01 Zaak-/rolnummer rechtbank : C/09/595417 / HA ZA 20-633 arrest van 11 oktober 2022 inzake de vennootschap naar vreemd recht FERRARI S.P.A., gevestigd te Modena, Italië, hierna te noemen: Ferrari, appellante, incidenteel verweerster, advocaat: mr. G.S.P. Vos te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] h.o.d.n. KITCAR COLLECTION, wonend te [woonplaats], hierna te noemen: [geïntimeerde], geïntimeerde, incidenteel appellant, advocaat: mr. H.A. van Beilen te Leeuwarden. 1De zaak in het kort 1.1. Ferrari verwijt [geïntimeerde] dat hij een (zelfbouw)auto (een “kitcar”) te koop heeft aangeboden waarmee inbreuk wordt gemaakt op de merk- en auteursrechten van Ferrari. Zij heeft gevorderd [geïntimeerde] te bevelen die inbreuken te staken, met nevenvorderingen, waaronder de vordering tot vernietiging van de auto. 1.2. De rechtbank heeft wel inbreuk op de merken, maar geen inbreuk op de auteursrechten aangenomen en de nevenvorderingen deels toegewezen. De vordering tot vernietiging is afgewezen. 1.3. Het hof is van oordeel dat inbreuk is gemaakt op de merkrechten en op de auteursrechten en wijst de gevorderde bevelen om die inbreuken te staken toe. Het hof wijst de gevorderde vernietiging gedeeltelijk toe. 2Het geding 2.1. Het hof heeft kennisgenomen van de volgende processtukken: - het procesdossier van de eerste aanleg, waaronder het op 2 juni 2021 tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag (hierna: het vonnis); - de appeldagvaarding van 31 augustus 2021 (hierna: AD), met vijf grieven en producties 16 tot en met 22; - de memorie van antwoord in principaal appel, memorie van grieven in incidenteel appel (hierna: MvA), met 4 incidentele grieven en producties 10 (a en b) tot en met 28; - de conclusie van antwoord in incidenteel appel, met productie 23. 2.2. Het hof heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen, die zijn toegelaten: - op 24 juni 2022 de akte houdende overlegging aanvullende producties, met producties 24 tot en met 38 van Ferrari; - op 4 juli 2022 een proceskostenoverzicht van [geïntimeerde]. 2.3. Op 4 juli 2022 heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden, waarbij partijen hun standpunten hebben doen toelichten door hun voormelde advocaten. Partijen hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. 2.4. Partijen hebben hun producties in eerste aanleg en in hoger beroep doorgenummerd. Deze zullen hierna worden aangeduid als productie [nummer] F respectievelijk K. 3Feitelijke achtergrond 3.1. Ferrari is een Italiaanse producent en ontwerper van sportauto’s. Ferrari is houdster van onder meer de volgende Uniemerkregistraties: nummer 000161950, geregistreerd op 2 oktober 1998 voor onder meer voertuigen nummer 00539585, geregistreerd op 19 november 1998 voor onder meer voertuigen nummer 000454546, geregistreerd op 7 november2000 voor onder meer voertuigen Deze merken zullen hierna ook worden aangeduid als Merken 1, 2 en 3 en tezamen als de Merken. 3.2. In 1968 is de Ferrari 365 GTB4, een sport coupé (Berlinetta), die bekend staat onder haar pseudoniem “Daytona”, gepresenteerd. In 1969 is de Spyder versie daarvan, een cabriolet, onder de naam Ferrari 365 GTS4 (hierna: de Daytona Spyder) aangekondigd en vervolgens geproduceerd en verkocht. Deze auto ziet er als volgt uit: Het interieur ziet er uit als volgt: 3.3. [geïntimeerde] houdt zich onder de naam Kitcar Collection bezig met het verzamelen en verkopen van zogenaamde Kitcars. Kitcars zijn zelfbouwvoertuigen, waarbij creaties worden gebouwd op een chassis en met remmen en motoren van over het algemeen een middenklasse auto. 3.4. Op 2 februari 2018 heeft [geïntimeerde] een auto (hierna: de Auto) gekocht in de Verenigde Staten van Amerika (hierna: de VS) en geïmporteerd in Nederland. In de koopovereenkomst en op het Amerikaanse registratiebewijs is de Auto aangeduid met “1977 Corvette Vin# 1Z37X7S412057” 3.5. De Auto is door [geïntimeerde] te koop aangeboden via zijn eigen website en via de volgende advertentie op speurders.nl: 3.6. De Auto ziet eruit als volgt: Het chassis van de Auto en de aandrijflijn met remmen (alles “onder de motorkap”) zijn die van een Chevrolet Corvette C3. 3.7. Het interieur van de Auto ziet eruit als volgt: 3.8. Op de wieldoppen zijn de volgende tekens aangebracht: 3.9. Op de voorkant en de achterkant van de Auto zijn de volgende tekens aangebracht: Deze laatste twee tekens waren op het moment dat de Auto te koop werd aangeboden afgeplakt met zwarte Duct Tape. Tijdens een bezichtiging van de Auto door een medewerker van het onderzoeksbureau Interro Recherchediensten B.V. (hierna: Interro) in opdracht van Ferrari in mei 2020, heeft deze medewerker de tape deels verwijderd, waarna de tekens zichtbaar waren. 3.10. Op 3 juni 2020 heeft Ferrari na verkregen verlof conservatoir beslag laten leggen op de Auto en de Auto in gerechtelijke bewaring doen nemen. 4De vorderingen, de beslissing van de rechtbank en de grieven 4.1. Ferrari heeft gevorderd [geïntimeerde] te bevelen elke inbreuk in de Europese Unie op haar Merken en haar auteursrechten op de Daytona Spyder, alsmede elk gebruik van een onrechtmatige slaafse nabootsing daarvan, te staken en gestaakt te houden, met nevenvorderingen, op straffe van verbeurte van een dwangsom, en met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv, met rente. 4.2. Ter onderbouwing daarvan stelt Ferrari dat [geïntimeerde] door het gebruik van op de Auto aangebrachte tekens inbreuk maakt op haar Merken als bedoeld in artikel 9 lid 2 sub a, althans sub b en sub c UMVo1. Voorts stelt zij dat [geïntimeerde] inbreuk maakt op haar auteursrechten op de vormgeving van de Daytona Spyder en dat sprake is van onrechtmatige slaafse nabootsing daarvan. 4.3. De rechtbank heeft [geïntimeerde] bevolen elke inbreuk op de Merken te staken en gestaakt te houden (nadat de Auto weer aan hem beschikbaar zal zijn gesteld) en de nevenvorderingen deels en in gewijzigde vorm toegewezen, op straffe van verbeurte van een dwangsom. De vorderingen op grond van auteursrechtinbreuk en onrechtmatige slaafse nabootsing en de vordering tot vernietiging zijn afgewezen. De proceskosten zijn gecompenseerd. 4.4. Principale grieven 1 tot en met 3 en 5 deels richten zich tegen het oordeel dat geen sprake is van auteursrechtinbreuk en de afwijzing van de daarop gebaseerde vorderingen. Principale grief 4 en 5 deels richten zich tegen het oordeel dat geen sprake is van onrechtmatige slaafse nabootsing en de afwijzing van de daarop gebaseerde vorderingen. Grief 5 voor het overige richt zich tegen de aan het merkinbreukverbod verbonden voorwaarde of tijdsbepaling, tegen afwijzing van gevorderde vernietiging en tegen de compensatie van de proceskosten. Ferrari stelt dat [geïntimeerde] in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep moet worden veroordeeld. 4.5. Incidentele grief 1 richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat [geïntimeerde] merkinbreuk heeft gepleegd door het gebruik van de paarden-tekens op de wieldoppen. Incidentele grief 2 richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat de door [geïntimeerde] afgeplakte tekens zijn gebruikt in het economisch verkeer. Incidentele grief 3 richt zich tegen toewijzing van de vorderingen, met name tegen de door de rechtbank opgelegde verplichting van aanwezigheid van een deurwaarder bij de verwijdering en vernietiging van de tekens en tegen de oplegging van een dwangsom en de hoogte daarvan. Incidentele grief 4 richt zich tegen de compensatie van de proceskosten. [geïntimeerde] stelt dat Ferrari in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep moet worden veroordeeld. De beoordeling in hoger beroep 5Auteursrechtinbreuk? 5.1. Niet betwist is dat de Daytona Spyder een auteursrechtelijk beschermd werk is en dat Ferrari rechthebbende op de auteursrechten is. [geïntimeerde] heeft ook geen grief gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat vaststaat dat de Daytona Spyder een auteursrechtelijk beschermd werk is. [geïntimeerde] heeft bij MvA wel betwist dat elementen die door Ferrari als auteursrechtelijk beschermde trekken zijn aangemerkt als zodanig kunnen worden gekwalificeerd, stellende dat deze ook bij andere (sport)auto’s voorkomen. Voorts heeft [geïntimeerde] betwist dat de Auto inbreuk maakt op de auteursrechten op de Daytona Spyder. 5.2. Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van inbreuk op een auteursrecht op een gebruiksvoorwerp dient te worden beoordeeld in welke mate de totaalindrukken van het beweerdelijk bewerkte of nagebootste werk en het auteursrechtelijk beschermde werk overeenstemmen. De auteursrechtelijk beschermde trekken of elementen van laatstbedoeld werk zijn daarbij bepalend, met dien verstande dat ook een verzameling of bepaalde selectie van op zichzelf niet beschermde elementen, een (oorspronkelijk) werk kan zijn in de zin van de Auteurswet, mits die selectie het persoonlijk stempel van de maker draagt (een eigen intellectuele schepping van de auteur is). Bij de vergelijking van de totaalindrukken dienen dus ook onbeschermde elementen in aanmerking te worden genomen, voor zover de combinatie van al deze elementen in het beweerdelijk nagebootste werk aan de ‘werktoets’ beantwoordt. Voorts geldt dat de enkele omstandigheid dat het werk of bepaalde elementen daarvan, passen binnen een bepaalde mode, stijl of trend niet betekent dat het werk of deze elementen zonder meer onbeschermd zijn.2 5.3. Ferrari stelt dat het uiterlijk van de Daytona Spyder een auteursrechtelijk beschermd werk is waarvan de totaalindruk wordt bepaald door (de combinatie van) de volgende auteursrechtelijke trekken 1) een lange brede voorzijde, die glooiend vanaf de voorruit naar de voorkant afloopt, 2) glooiend voortgezet met een naar achter gerichte cockpit met naar achteren gerichte raamstijlen, 3) een canvas cabrio-dak dat schuin afloopt naar de achterkant van de auto en 4) een korte platte abrupt afgesneden achterkant. Hierdoor ontstaat een specifiek profiel en een elegant en doelgericht uiterlijk. 5.4. Daarnaast heeft zij zich bij AD nog beroepen op combinaties van kenmerkende ontwerpelementen met betrekking tot de voor-, zij- en achterkant van de Daytona Spyder. 5.5. Ferrari stelt dat dit ontwerp een zeer ruime beschermingsomvang toekomt vanwege de grote afstand tot het op het moment van het ontwerp bestaande vormgevingserfgoed. [geïntimeerde] heeft erkend dat het gaat om een legendarische iconische auto. 5.6. Het hof is van oordeel dat de totaalindruk van de vormgeving/het uiterlijk van de Daytona Spyder wordt bepaald door (de combinatie van) de in rechtsoverweging 5.3 genoemde auteursrechtelijk beschermde trekken. Daardoor is de totaalindruk van de Daytona Spyder elegant, sportief en gestroomlijnd. Dat blijkt voldoende duidelijk uit de foto’s. Dat (sommige van) deze elementen al voorkwamen in het vormgevingserfgoed, zoals [geïntimeerde] heeft gesteld onder overlegging van foto’s van diverse auto’s (producties 15 en 16 K), heeft Ferrari gemotiveerd betwist. Ferrari heeft onbetwist gesteld dat de door [geïntimeerde] genoemde voorbeelden van auto’s, met uitzondering van de 1955 Chevy race car, alle dateren van na 1968/69. Dat geldt ook voor de bij pleidooi in hoger beroep (punt 13 pleitaantekeningen) door [geïntimeerde] genoemde elementen (zoals chromen raamlijsten, luchtinlaten op de motorkap, klapkoplampen, losse bumpers, een metalen grille, vijfspaaks-velgen, een chromen zijspiegel en ronde achterlampen) waarvan zij zelf stelt dat deze voorkwamen bij auto’s in de jaren 80. Nog daargelaten dat het hier niet gaat om voormelde auteursrechtelijke trekken, kunnen deze door [geïntimeerde] genoemde elementen dus niet afdoen aan de auteursrechten van Ferrari, omdat de Daytona Spyder dateert van ruimschoots daarvoor. Dat betekent dat zij voor de beoordeling van de auteursrechtelijke vordering niet relevant zijn. 5.7. Uit de door [geïntimeerde] overgelegde foto van de 1955 Chevy race car (productie 16 K linksonder) die slechts de voorkant van de auto toont, blijkt niet dat deze auto één van de in rechtsoverweging 5.3 genoemde elementen had. In tegendeel, de voorkant is hoekig en loopt juist niet glooiend vanaf de voorruit naar de voorkant af. De enkele omstandigheid dat die auto ook een rechthoekige metalen zilverkleurige grille heeft, die bovendien relevant van de grille van de Daytona Spyder verschilt wat betreft de plaatsing, de verhoudingen en de soort gaten (die naar Ferrari onbetwist gesteld heeft rechthoekig zijn en niet vierkant als bij de Chevy), doet niet af aan de auteursrechtelijke bescherming van de Daytona Spyder en de beschermingsomvang daarvan. Nu als niet gemotiveerd betwist kan worden aangenomen dat de Daytona Spyder sterk afweek van het toentertijd bestaande vormgevingserfgoed en vaststaat dat het een iconische auto is, gaat het hof uit van een ruime beschermingsomvang. 5.8. Voorts beroept Ferrari zich nog specifiek op de (auteursrechtelijke) bescherming van de velgen, de stoelen en het stuur. Over de auteursrechtelijk beschermde trekken hiervan stelt Ferrari dat de velgen vijf brede spaken in een stervorm hebben en dat op de stoelen een opvallend karakteristiek patroon van zwarte strepen is aangebracht op het zitvlak en de rugleuning. Over het stuur stelt Ferrari (slechts) dat gaat om een stuur met een Ferrari-beeldmerk. 5.9. Wat betreft de velgen en het interieur gaat het hof er als onbetwist van uit dat de velgen en de stoel vanwege de vijf brede spaken in stervorm respectievelijk het “karakteristieke” patroon auteursrechtelijk beschermde werken zijn. De enkele stelling van [geïntimeerde] dat deze elementen ook bij een (deze oorspronkelijke, begrijpt het hof,) Corvette voorkomen is onvoldoende om anders te oordelen nu de Corvette van later datum dateert. Wat betreft het stuur heeft Ferrari niet gesteld, althans niet voldoende onderbouwd dat en waarom de vormgeving van het stuur een auteursrechtelijk beschermd werk zou zijn. Voor zover zij zich in zoverre (naast haar beroep op haar merkrechten) op auteursrecht beroept gaat het hof daaraan als onvoldoende onderbouwd voorbij. 5.10. Ferrari stelt dat de totaalindrukken van het uiterlijk van de Daytona Spyder en het uiterlijk van de Auto overeenstemmen door de aanwezigheid (van de combinatie) van voormelde auteursrechtelijke trekken. Voorts stelt Ferrari dat de velgen, stoelen en het stuur van de Auto dezelfde totaalindruk maken als deze onderdelen van de Daytona Spyder. 5.11. [geïntimeerde] betwist dat sprake is van dezelfde totaalindrukken en stelt dat de Auto van de Daytona Spyder verschilt op met name de volgende punten: Het chassis en de aandrijflijn met remmen en ophanging etc.; De motorruimte, het koelsysteem, de kofferruimte met benzine tank en de tankvulling in de vloer; De motorprestaties; De Auto is een V8 met automaat, terwijl de Daytona Spyder een V12 is met een handversnellingsbak De wielbasis is langer namelijk 2.49 in plaats van 2.40 De carrosserie zit hoger; De spatborden zijn uitgebouwd en breder; de rand is naar buiten gebracht; De voorkap heeft geen scheidingslijn en is hoekiger met een steiler geknikte neus De voorruit is smaller en rechter; het cabriodak/de cockpit is anders vormgegeven door de omlijsting en de deurstijlen de deuren lopen verder naar voren door (niet in het verlengde van, maar voor de voorruit) en hebben geen deurslot maar een hendel bovenop de deur; er is geen zijraamstijl en extra zijraampje (daardoor); de koplampen en knipperlichten zijn anders geplaatst en alle lichtelementen zijn oranje in plaats van wit en oranje; aan de achterzijde bevinden zich zijlampen of reflectoren; de lijnen van de deuren, de motorkapafscheiding en koplampafscheiding aan de voorkant lopen anders; de spiegels verschillen; de velgen zijn anders; de uitlaten verschillen en/of staan onder een andere hoek; het interieur en het instrumentarium zijn anders. 5.12. Ferrari heeft betwist dat deze verschillen, voor zover al aanwezig of niet verwaarloosbaar, de relevante totaalindruk van de Auto beïnvloeden. 5.13. Mede op grond van de eigen waarneming is het hof van oordeel - dat de totaalindrukken van de Auto en de Daytona Spyder overeenstemmen; - dat die overeenstemmende totaalindruk van de Auto eveneens bepaald wordt de combinatie van de in rechtsoverweging 5.3 genoemde elementen. Deze overeenstemming wordt bovendien nog versterkt doordat de Auto ook de combinaties van de in rechtsoverweging 5.4 bedoelde elementen vertoont, zoals aangegeven in de door Ferrari als producties 19 en 20 overgelegde foto’s van de Daytona Spyder en de Auto. Het hof acht de overgelegde foto’s voldoende duidelijk om tot dit oordeel te komen. Daarvoor is bezichtiging van de auto’s niet nodig. 5.14. Aan deze overeenstemming van de totaalindrukken doen de door [geïntimeerde] genoemde verschillen naar het oordeel van het hof niet af. Waar het gaat om de vormgeving/het uiterlijk van de Auto en de Daytona Spyder zijn de hiervoor in rechtsoverweging 5.11, onder a tot en met d en s, genoemde verschillen al niet relevant, omdat die niet de externe vormgeving betreffen. De overige verschillen doen, voor zover al niet op zichzelf verwaarloosbaar, niet af aan de met de vormgeving van de Daytona Spyder overeenstemmende totaalindruk van de Auto door de aanwezigheid van voormelde auteursrechtelijk beschermde trekken. 5.15 Op grond van het bovenstaande is het hof van oordeel dat de vormgeving van (de buitenkant van) de Auto inbreuk maakt op de auteursrechten van Ferrari met betrekking tot de Daytona Spyder en het gevorderde bevel om die inbreuk te staken toewijsbaar is. 5.16. Ferrari heeft voorts nog gesteld dat de vormgeving van de velgen, de stoelen en het stuur van de Auto inbreuk maken op de auteursrechten van Ferrari. Het hof is van oordeel dat de velgen en de stoelen van de Auto dezelfde totaalindruk maken als die van de Daytona Spyder door de aanwezigheid van de auteursrechtelijk beschermde trekken: vijf spaken in stervorm respectievelijk een (doorlopend) patroon van zwarte strepen op het zitvlak en de rugleuning. De verschillen doen niet af aan de overeenstemmende totaalindrukken. Ook de velgen en de stoelen maken dus (op zichzelf) inbreuk. Daar het hof van oordeel is dat niet kan worden aangenomen dat het stuur een auteursrechtelijk beschermd werk is faalt het beroep op auteursrechtinbreuk in zoverre. 5.17. Het bovenstaande brengt mee dat de principale grieven 1 tot en met 3, behoudens de gestelde auteursrechtinbreuk op de vormgeving van het stuur, slagen. In zoverre heeft Ferrari geen belang bij de beoordeling van de vraag of (tevens) sprake is van onrechtmatige slaafse nabootsing en behoeft grief 4 geen behandeling. 6Merkinbreuk? 6.1. Van inbreuk als bedoeld in artikel 9, lid 2, sub a UMV is sprake als het door de vermeende inbreukmaker gebruikte teken identiek aan het ingeroepen merk is of daarmee slechts onbeduidende verschillen vertoont en wordt gebruikt voor dezelfde waren als waarvoor het merk is ingeschreven. Van inbreuk als bedoeld in artikel 9, lid 2, sub b UMV is sprake als het door de vermeende inbreukmaker gebruikte teken en het merk zodanig overeenstemmen dat daardoor bij het in aanmerking komende publiek van de desbetreffende waren (directe of indirecte) verwarring kan ontstaan, dus het relevante publiek kan menen dat de betreffende waren van dezelfde onderneming of in voorkomend geval, van economisch verbonden ondernemingen afkomstig zijn. 6.2. Of sprake is van verwarringsgevaar dient globaal te worden beoordeeld volgens de indruk die merk en teken bij de gemiddelde consument van de betrokken waren achterlaten, met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval, met name (de onderlinge samenhang tussen) de overeenstemming van merk en teken, de overeenstemming van de betrokken waren en het onderscheidend vermogen van het merk. Tevens dient rekening te worden gehouden met het aandachtsniveau van het relevante publiek. De globale beoordeling van het verwarringsgevaar dient te berusten op de totaalindruk die door merk en teken wordt opgeroepen waarbij in het bijzonder rekening dient te worden gehouden met hun onderscheidende en dominerende bestanddelen. Er moet sprake zijn van reëel verwarringsgevaar bij de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument van de betrokken waren. 6.3. Het onderzoek moet in twee fases plaatsvinden. In fase 1 moet een vergelijking van merk en teken plaatsvinden om vast te stellen of het merk en het teken visueel, fonetisch en begripsmatig een bepaalde mate van overeenstemming vertonen. Hoewel deze vergelijking gebaseerd moet zijn op de totaalindruk die deze tekens in het geheugen van het relevante publiek achterlaten, moet ze toch worden gemaakt in het licht van de intrinsieke kwaliteiten van de tekens. Daarbij mogen de omstandigheden waaronder de waren in de handel worden gebracht niet worden betrokken. Deze omstandigheden mogen alleen in aanmerking worden genomen in de fase 2, de fase van de globale beoordeling van het verwarringsgevaar.3 Het gaat in beginsel om de vergelijking van het merk zoals gedeponeerd en het teken zoals gebruikt. Bij de beantwoording van de vraag naar verwarringsgevaar moeten alle omstandigheden van het geval worden betrokken en kan ook de wijze waarop het merk wordt gebruikt een rol spelen.4 6.4. Ferrari heeft gesteld dat de gebruikte tekens identiek zijn aan (een van) de Merken. Voor zover er verschillen zijn deze van ondergeschikte aard en doen deze in ieder geval niet af aan de overeenstemming, aldus Ferrari. 6.5. [geïntimeerde] heeft bestreden dat in de in overweging 3.8 afgebeelde, op de wieldoppen aangebrachte, tekens identiek zijn aan of overeenstemmen met Merk 3. [geïntimeerde] heeft in eerste aanleg niet gemotiveerd bestreden dat de in overweging 3.7 en 3.9 afgebeelde tekens, aangebracht op het stuur en aan de overige buitenzijde van de Auto inbreuk maken op (één van) de Merken. Zij heeft ook niet gegriefd tegen het oordeel van de rechtbank dat deze tekens inbreukmakend zijn. Voor zover [geïntimeerde] met haar stelling tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep dat zij wel degelijk betwist dat de tekens op de Auto overeenstemmen, heeft beoogd alsnog een grief te richten tegen voormeld oordeel van de rechtbank gaat het hof daaraan voorbij wegens strijd met de twee-conclusie-regel. Overigens is ook het hof van oordeel dat deze tekens identiek zijn aan (een van) de Merken, nu het de eventuele verschillen van ondergeschikte aard acht. 6.6. Voor zover geoordeeld zou moeten worden dat één of meer op de wieldoppen aangebrachte tekens niet identiek zijn aan Merk 3 en een aantal “ongelukkig steigerende” paarden, afgebeeld in overweging 3.8, verschillen met Merk 3 vertoont die niet slechts van ondergeschikte aard zijn, is naar het oordeel van het hof sprake van een sterke mate van overeenstemming in visueel opzicht, terwijl de tekens in begripsmatig opzicht identiek, althans in grote mate overeenstemmend zijn. Het gaat immers steeds om paarden die steigeren, althans een poging daartoe doen. 6.7. De waren waarvoor de merken zijn ingeschreven en de tekens worden gebruikt zijn gelijk, namelijk auto’s. 6.8. Ferrari heeft onbetwist gesteld dat de merken wereldbekend zijn. 6.9. Het relevante publiek bestaat uit de normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument voor wie de betrokken waren waarvoor het merk is ingeschreven en het teken wordt gebruikt, bestemd zijn. Nu het merk is geregistreerd voor voertuigen, waaronder auto’s, en het teken is gebruikt voor een auto, gaat het hof ervan uit dat het gaat om het grote publiek en dat dit publiek een iets hoger dan gemiddeld aandachtsniveau heeft. Dat de Ferrari-merken worden gebruikt door Ferrari voor zeer exclusieve en dure (sport)auto’s, die bestemd zijn voor een veel beperkter publiek doet daar niet aan af, nu de Merken zijn geregistreerd voor voertuigen in het algemeen. Bovendien moet, wanneer de waren bestemd zijn voor (verschillend) publiek met verschillend aandachtsniveau worden uitgegaan van het laagste aandachtsniveau. 6.10. Voor zover de tekens identiek zijn aan één van de Merken en gebruikt, respectievelijk ingeschreven zijn voor dezelfde waren, is sprake van inbreuk als bedoeld in artikel 9 lid 2 sub a UMVo. Bovendien is door het gebruik van die identieke tekens voor dezelfde waren verwarring te duchten bij een aanzienlijk of substantieel deel van het relevante publiek als bedoeld in artikel 9, lid 2, sub b UMVo, in die zin dat dat publiek zal denken dat het om een auto van Ferrari gaat. Door dat gebruik wordt dus afbreuk gedaan aan de functies van het Merk, in het bijzonder aan de herkomstfunctie, en is ook sprake van in breuk als bedoeld in artikel 9, lid 2, sub b (hierna ook: sub b-inbreuk). Dat sprake is van verwarringsgevaar en sub b-inbreuk geldt ook voor zover de tekens niet identiek zijn, maar overeenstemmen met één van de Merken, gelet op de grote mate van overeenstemming tussen de tekens en het desbetreffende Merk, de omstandigheid dat de waren waarvoor de tekens worden gebruikt en de Merken zijn ingeschreven gelijk zijn en de grote bekendheid van de Merken. Het gebruik van de paarden op de wieldoppen is naar het oordeel van het hof dus ook inbreukmakend. 6.11. Hieraan kan de stelling van [geïntimeerde] dat de tekens op de wieldoppen van de Auto klein en van slechte kwaliteit (stickertjes) zijn, niet afdoen. Hiervoor heeft het hof immers geoordeeld dat ondanks de (geringe) verschillen tussen die tekens en Merk 3 toch ten minste sprake is van een grote mate van overeenstemming en verwarringsgevaar. Het hof acht slechte kwaliteit en grootte van de gebruikte tekens niet een reden om geen verwarringsgevaar bij het relevante publiek aanwezig te achten. Waarom dat zo zou zijn heeft [geïntimeerde] ook niet onderbouwd. 6.12. De stelling dat Ferrari zelf stickers (met de Merken, begrijpt het hof) verkoopt heeft Ferrari betwist en is door [geïntimeerde] niet onderbouwd. Al om die reden gaat het hof daaraan voorbij. 6.13. [geïntimeerde] stelt dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de inbreukmakende tekens in het economisch verkeer op de voor- en achterzijde van de Auto, omdat deze waren afgeplakt toen hij de Auto te koop aanbood. 6.14. [geïntimeerde] heeft niet betwist dat hij onder de naam Kitcar Collection handelt in gebruikte auto’s en dat hij als Kitcar Collection de Auto te koop heeft aangeboden, zodat geen sprake was van gebruik in de particuliere sfeer. 6.15. In artikel 9, lid 3 UMVo zijn de volgende voorbeelden genoemd van inbreukmakend handelen dat de merkhouder kan verbieden: het aanbrengen van het teken op de waren; het aanbieden, in de handel brengen of daartoe in voorraad hebben van waren onder het teken; het invoeren van waren onder het teken. 6.16. Allereerst merkt het hof op dat [geïntimeerde] niet heeft gegriefd tegen het oordeel van de rechtbank dat zich ook niet afgeplakte inbreukmakende tekens op/in de Auto bevonden (zoals de tekens op het stuur en de wieldoppen) toen hij deze te koop aanbood, zodat dit verweer ten aanzien van die tekens niet opgaat en dus sprake is van gebruik van inbreukmakende tekens in het economisch verkeer. In hoger beroep heeft Ferrari ook nog gewezen op inbreukmakende tekens in de lichtelementen aan de voorzijkant van de Auto, waarvan de aanwezigheid ook niet is betwist door [geïntimeerde]. Al daarom is sprake van merkinbreuk en kan deze grief niet tot vernietiging leiden. 6.17. De omstandigheid dat de tekens op de voor en achterzijde waren afgeplakt ten tijde van het te koop aanbieden van de Auto is bovendien onvoldoende om aan te nemen dat deze tekens niet zijn gebruikt in het economisch verkeer. Uit de gang van zaken tijdens de bezichtiging door een medewerker van Interro blijkt dat de tape eenvoudig was te verwijderen. Uit de eigen stellingen van [geïntimeerde] valt af te leiden dat verwijdering van de logo’s voor hem geen optie was omdat daarmee de lak zou worden beschadigd (punt 11 en 22 conclusie van antwoord) en de auto er dan niet meer uit zou zien (pagina 2 P.V. van de mondelinge behandeling in eerste aanleg). Er is dan ook sprake van aanbieden van de Auto onder (ook) deze inbreukmakende tekens. Overigens heeft [geïntimeerde] in de conclusie van antwoord (punten 22 en 23) en tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg aangegeven dat de logo’s al op de Auto waren aangebracht in de VS voor de aankoop en er (dus) al op zaten bij de aankoop en dat hij de logo’s heeft afgeplakt direct toen hij de Auto kreeg. Daarvan uitgaande is ook sprake van invoeren van de Auto met de inbreukmakende tekens. 6.18. Het hof is derhalve van oordeel dat [geïntimeerde] merkinbreuk heeft gepleegd door het gebruik van alle hiervoor afgebeelde tekens en dat incidentele grieven 1 en 2 falen. 7De vorderingen 7.1. Nu sprake is van inbreuk op de auteursrechten en de merkrechten van Ferrari zal het hof [geïntimeerde] bevelen deze inbreuken te staken en gestaakt te houden. Voor zover incidentele grief 3 zich ook zou richten tegen het opleggen van het opgelegde (merk)inbreukverbod faalt de grief, terwijl principale grief 5 slaagt voor zover gericht tegen afwijzing van het gevorderde bevel de inbreuk op de auteursrechten te staken. Principale grief 5 slaagt voorts voor zover gericht tegen de aan het toegewezen inbreukverbod verbonden voorwaarde of tijdsbepaling dat het verbod pas geldt nadat de Auto weer aan [geïntimeerde] beschikbaar is gesteld. Het hof ziet geen reden het inbreukverbod aldus te beperken. [geïntimeerde] heeft daarvoor ook geen argumenten aangevoerd. Daar vaststaat dat de Auto thans nog steeds niet aan [geïntimeerde] beschikbaar is gesteld en [geïntimeerde] dus nog geen dwangsom kan hebben verbeurd wegens overtreding van het door de rechtbank opgelegde verbod (en Ferrari dus geen verbeurde dwangsommen kan mislopen door vernietiging), zal het hof, ten behoeve van de leesbaarheid van het dictum, een nieuw onvoorwaardelijk inbreukverbod opleggen en het bestreden vonnis in zoverre vernietigen. 7.2. Daar sprake is van inbreuk op Uniemerken is, teneinde de eenvormige bescherming te waarborgen die het Uniemerk op het gehele grondgebied van de Unie geniet, door de rechtbank terecht een verbod opgelegd voor het gehele grondgebied van de Europese Unie. [geïntimeerde] heeft tegen deze beslissing niet gegriefd en tegen deze vordering in zoverre ook geen verweer gevoerd. 7.3. [geïntimeerde] heeft evenmin verweer gevoerd tegen de gevorderde omvang van het verbod tot inbreuk op de auteursrechten, welke verbod is gevorderd voor de gehele Europese Unie. Nu het hof, mede gelet op de aan te nemen harmonisatie van het auteursrecht op de voor de inbreukvraag relevante gebieden, van oordeel is dat ook sprake is van inbreuk naar het recht van de overige landen in de Europese Unie op de hiervoor aangegeven gronden, zal ook dit verbod worden toegewezen voor de gehele Europese Unie. 7.4. Ferrari heeft gevorderd de vernietiging van de gehele Auto, inclusief het (Corvette-) chassis en het (Corvette-)interieur, te gelasten. Ferrari stelt daartoe dat zij op grond van artikel 129, lid 2 UMVo juncto artikel 2:22, lid 1 BVIE5 als merkhouder en op grond van artikel 28 Auteurswet als auteursrechthebbende de bevoegdheid heeft de volledige vernietiging te vorderen, dat gedeeltelijke vernietiging niet mogelijk is, althans niet eenvoudig is en dat zij belang heeft bij volledige vernietiging vanwege de afschrikwekkende werking en ter voorkoming van het risico dat de auto weer als een Ferrari wordt opgebouwd. 7.5. [geïntimeerde] heeft zich daartegen verzet, stellende dat vernietiging van (bepaalde onderdelen van) de carrosserie en verwijdering van (elders aangebrachte) merken (zodat het oorspronkelijke Corvette chassis met aandrijflijn, motor en interieur overblijft) voldoende is om de inbreuken ongedaan te maken en aan de belangen van Ferrari tegemoet te komen en dat de volledige vernietiging zinloze kapitaalvernietiging is, terwijl bij gedeeltelijke vernietiging de Auto weer in de oorspronkelijke staat (dus als Corvette) hersteld kan worden. 7.6. Bij de beoordeling van de vordering tot vernietiging moet rekening worden gehouden met de evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de gelaste maatregelen. Het hof is van oordeel dat de totale vernietiging van de Auto niet proportioneel is. Het zou zinloze kapitaalvernietiging en onnodige schade voor [geïntimeerde] opleveren, waarbij het hof meeweegt dat [geïntimeerde] onbetwist heeft gesteld dat de financiële gevolgen van deze zaak onevenredig zwaar op hem als kleine zelfstandige ondernemer drukken. Voorts worden door de vernietiging van de inbreukmakende onderdelen de belangen van Ferrari, mede in aanmerking nemende dat Ferrari stelt dat zij zich op zichzelf niet verzet tegen de “onderhuidse” Corvette C3, voldoende gewaarborgd. Dat heeft ook voldoende afschrikwekkende werking. Dat gedeeltelijke vernietiging (praktisch) niet mogelijk zou zijn is door [geïntimeerde] gemotiveerd betwist en heeft Ferrari niet (voldoende) onderbouwd, terwijl namens haar tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg is erkend dat de verwijdering van alleen de carrosserie “op zich wel zal kunnen”. Het risico dat op de restanten weer een inbreukmakende auto zal worden gebouwd acht het hof, ook gelet op het op te leggen inbreukverbod, te gering om op grond daarvan de belangenafweging anders te laten uitvallen en volledige vernietiging te bevelen. Ferrari heeft niet aangegeven welk belang zij heeft bij vernietiging van de bij de Auto behorende documentatie en toegangssleutels. Het hof zal de vernietiging gelasten van de gehele carrosserie, (inclusief) de lampen, de bumpers, de spatborden en de velgen (met de wieldoppen) en voorts van de stoelen, alsmede van het stuur, als goed waarmee, door het daarop aangebrachte teken, merkinbreuk wordt gemaakt. 7.7. Het hof zal, als gevorderd, de advocaten van Ferrari machtigen de vernietiging uit te voeren in aanwezigheid van een deurwaarder die daarvan een aan de advocaten van (beide) partijen toe te zenden proces-verbaal opstelt. Ferrari heeft daarbij belang om er zeker van te zijn dat de vernietiging juist wordt uitgevoerd. Voorts heeft zij belang bij dit proces-verbaal om dit, voor zover rechtens toegestaan, te kunnen gebruiken jegens derden, die soortgelijke inbreuken (zouden willen) plegen. Uit de door Ferrari als productie 21 overgelegde artikelen en het door [geïntimeerde] overgelegde vonnis van de rechtbank Den Haag van 3 november 2021 in een met deze zaak vergelijkbare zaak tussen Ferrari en Veni, Vidi, Vici Classic Cars BV (productie 27 K) blijkt dat het niet denkbeeldig is dat zich zo’n situatie voordoet. De kosten van de vernietiging en de deurwaarder komen voor rekening van [geïntimeerde] als inbreukmaker en veroorzaker van de onrechtmatige situatie. In zoverre slaagt principale grief 5 en faalt incidentele grief 3. De vordering tot vernietiging zal voor het overige worden afgewezen. Het hof zal bepalen dat Ferrari na voormelde vernietiging de restanten van de Auto moet afgeven aan [geïntimeerde], als door [geïntimeerde] verzocht. Het Hof ziet geen aanleiding daarnaast nog te bepalen dat Ferrari wordt toegestaan beeldmateriaal te maken en wereldwijd te gebruiken. Voor zover dat op grond van het toepasselijk recht is toegestaan heeft zij daarbij geen belang. Zonder nadere toelichting die ontbreekt, ziet het hof geen aanleiding Ferrari wereldwijd meer rechten toe te kennen, terwijl aan de belangen van Ferrari voldoende tegemoet is gekomen door hetgeen het hof zal toewijzen. 7.8. In het vonnis is [geïntimeerde] al bevolen opgave te doen met betrekking tot de Auto en andere voertuigen die zijn voorzien van met de Merken overeenstemmende tekens. Noch Ferrari, noch [geïntimeerde] heeft gegriefd tegen de formulering van dit bevel. Dat Ferrari voldoende belang heeft bij uitbreiding van de opgaveverplichting tot andere voertuigen waarmee wel auteursrechtinbreuk, maar geen merkinbreuk wordt gemaakt heeft zij niet gesteld. Dat [geïntimeerde] over zulke auto’s (heeft) beschikt heeft Ferrari ook niet gesteld, terwijl [geïntimeerde] heeft gesteld dat hij nooit soortgelijke auto’s heeft gehad en dat hij normaliter geen auto’s in de VS koopt. Het hof zal volstaan met bekrachtiging van het bevel tot opgave. 7.9. Daar het hof van oordeel is dat een geslaagd beroep op onrechtmatige slaafse nabootsing niet zou leiden tot verder strekkende bevelen dan thans opgelegd heeft Ferrari (ook) om die reden geen belang bij beoordeling van de vraag of daarvan sprake is en evenmin bij de behandeling van principale grief 4. 7.10. Ferrari heeft verzocht de toegewezen dwangsomregeling zich ook te laten uitstrekken tot de in hoger beroep alsnog toe te wijzen vorderingen. Zij grieft niet tegen de omvang van de opgelegde dwangsom en het daaraan verbonden maximum. Met incidentele grief 3 maakt [geïntimeerde] bezwaar tegen de oplegging van een dwangsom door de rechtbank en tegen de omvang daarvan. Het hof acht voldoende reden aanwezig om een dwangsom op te leggen, omdat [geïntimeerde] inbreuk heeft gemaakt, dat steeds heeft betwist en niet heeft willen toezeggen zich daarvan op straffe van een boete te onthouden. Dat [geïntimeerde] heeft willen toezeggen onverplicht onderdelen van de Auto te vernietigen was onvoldoende en is geen reden om van het opleggen van een dwangsom af te zien. Het hof acht de hoogte van de dwangsom en de maximering, gelet op de omstandigheden van dit geval, redelijk. Incidentele grief 3 faalt dus ook in zoverre. Het hof zal de door de rechtbank toegewezen dwangsom- regeling niet vernietigen, omdat dat zou meebrengen dat eventueel verbeurde dwangsommen niet meer verschuldigd zouden zijn. Het hof zal bepalen dat de dwangsomregeling ook geldt voor overtreding van de alsnog opgelegde inbreukverboden. Daar overtreding daarvan pas mogelijk is na betekening van dit arrest, kunnen ook pas daarna dwangsommen ter zake worden verbeurd. Daar de advocaten van Ferrari worden gemachtigd de vernietiging te laten uitvoeren is er geen reden aan de uitvoering van de vernietiging een dwangsom te verbinden. 8Slotsom en proceskosten 8.1. Het bovenstaande brengt mee dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd voor zover [geïntimeerde] is bevolen op straffe van verbeurte van een dwangsom opgave te doen. Het bestreden vonnis zal voor het overige worden vernietigd, inclusief, vanwege de leesbaarheid, het opgelegde (merk)inbreukverbod. [geïntimeerde] zal alsnog worden bevolen de inbreuken op de auteursrechten en de merkrechten van Ferrari (onvoorwaardelijk) te staken en gestaakt te houden. Voorts zal de vernietiging van onderdelen van de Auto worden bevolen als hiervoor omschreven. Het incidenteel beroep zal worden verworpen. 8.2. Als grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal [geïntimeerde] worden veroordeeld in de kosten van de eerste aanleg en het hoger beroep. Dat [geïntimeerde] heeft willen toezeggen onverplicht onderdelen van de Auto te vernietigen is onvoldoende reden om anders te oordelen. Ook in zoverre slaagt principale grief 5, terwijl incidentele grief 4 faalt. 8.3. Ferrari heeft veroordeling van de redelijke en evenredige kosten op de voet van artikel 1019h Rv. gevorderd. 8.4. In eerste aanleg heeft Ferrari vergoeding gevorderd van een bedrag van € 22.427,74. Dit bedrag bestaat deels uit advocatenkosten ten bedrage van € 4.980,-- + € 6.502,-- + € 7.975,-- (geschatte kosten 12 t/m 15 april 2021), derhalve in totaal € 19.457,--, waarvan zij specificaties heeft overgelegd. Voor het overige bestaat het gevorderde bedrag uit verschotten ten bedrage van € (1.865,-- + € 1.105,74 =) 2.970,74. 8.5. In hoger beroep vordert zij aan advocatenkosten € 16.426,-- voor de periode 9 april tot en met 27 augustus 2021 (waarin kennelijk voormeld geschat bedrag van € 7.975.,-- voor de eerste aanleg in de periode 12 t/m 15 april 2021 is begrepen, zodat € 8.451,-- resteert voor het hoger beroep) + 14.746,-- (28 augustus 2021 t/m 4 maart 2022) + 16.306,-- (5 maart t/m 22 juni 2022) + € 9.900,-- (schatting 23 juni t/m zitting 4 juli 2022), derhalve in totaal € 49.403,--. Ferrari vordert daarnaast aan verschotten een bedrag van € (2.148,90 + 3.059,96 + 618,20 =) 5.827,06. 8.6. Het hof heeft op grond van het arrest van de Hoge Raad van 4 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3477 (LMR), ambtshalve te beslissen over de toewijsbaarheid van de proceskosten en de hoogte daarvan. Het hof is van oordeel dat deze zaak in eerste aanleg en in hoger beroep is aan te merken als een normale bodemzaak waarvoor de vergoeding voor de kosten van de advocaten in de indicatietarieven in IE zaken rechtbanken en gerechtshoven is bepaald op maximaal € 17.500,-- respectievelijk 20.000,--. Het hof acht deze bedragen redelijk en evenredig en zal de kosten van de advocaten daarop begroten. 8.7. De in eerste aanleg gevorderde verschotten zijn slechts tot een bedrag van € 442,26 te herleiden of gespecificeerd (griffierecht € 273,47, beslagkosten € 85,41 en kosten exploot van dagvaarding van € 83,38). Dat dat niet geldt voor de overige gevorderde verschotten heeft Ferrari bevestigd tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg. De in beroep gevorderde verschotten bestaan onder meer uit het griffierecht ten bedrage van € 772,-- en de kosten van het exploot van dagvaarding van € 127,20. Daarnaast vordert Ferrari kosten van koeriers en aanschaf van producten, welke kosten blijkens haar productie 38 tot een bedrag van € 568,79 zijn gespecificeerd. In totaal is dus een bedrag van € (772,-- + 127,20 + 568,79 =) 1.467,99 te herleiden tot gemaakte kosten. Het hof zal voormelde bedragen toewijzen en de overigens gevorderde verschotten bij gebreke aan onderbouwing afwijzen. De wettelijke rente over de proceskosten zal het hof toewijzen als gevorderd. Beslissing Het gerechtshof: bekrachtigt het tussen partijen door de rechtbank Den Haag gewezen vonnis van 2 juni 2021 voor zover daarbij [geïntimeerde] is bevolen opgave te doen als in rechtsoverweging 5.3 van het vonnis omschreven; bepaald is dat [geïntimeerde] een dwangsom met een omvang en maximum als omschreven in rechtsoverweging 5.4 van het vonnis verbeurt indien hij het onder 5.3 van dat vonnis bepaalde niet volledig of niet tijdig naleeft; het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad is verklaard; vernietigt het tussen partijen door de rechtbank Den Haag gewezen vonnis van 2 juni 2021 voor het overige en in zoverre opnieuw rechtdoende, 4. beveelt [geïntimeerde] onmiddellijk na het betekenen van dit arrest in de gehele Europese Unie, elke inbreuk op de Merken en elke inbreuk op de Auteursrechten van Ferrari met betrekking tot de Daytona Spyder te staken en gestaakt te houden; 5. gelast de vernietiging van de gehele carrosserie, (inclusief) de lampen, de bumpers, de spatborden en de velgen (met de wieldoppen) en voorts van de stoelen en het stuur van de Auto en machtigt de advocaten van Ferrari deze vernietiging te laten uitvoeren, in aanwezigheid van een deurwaarder die van deze vernietiging een proces-verbaal opstelt en dit proces-verbaal onmiddellijk na voltooiing zal toesturen aan de advocaten van Ferrari en [geïntimeerde], waarbij de kosten van deze vernietiging en de deurwaarder ten laste komen van [geïntimeerde]; 6. beveelt Ferrari de niet te vernietigen restanten van de Auto binnen 28 dagen na voormelde vernietiging aan [geïntimeerde] beschikbaar te stellen; 7. bepaalt dat de hiervoor onder 2 vermelde (in het vonnis onder 5.4 opgenomen) dwangsomregeling ook geldt voor overtreding van voormelde bevelen tot het staken en gestaakt houden van de inbreuken; 8. veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van Ferrari begroot op € 442,26 aan verschotten en € 17.500,-- aan salaris voor de advocaat, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak van dit arrest moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na deze uitspraak; 9. wijst het meer of anders gevorderde af; 10. verwerpt het incidenteel beroep; 11. veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in principaal en incidenteel hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Ferrari begroot op € 1.467,99 aan verschotten en € 20.000,-- aan salaris voor de advocaat en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak van dit arrest moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na deze uitspraak; 12. verklaart voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; 13. wijst het in hoger beroep meer of anders gevorderde af. Dit arrest is gewezen door mrs. A.D. Kiers-Becking, R. Kalden en R.S. Le Poole; het is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2022, in aanwezigheid van de griffier. 1Verordening(EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk. 2HR 12 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY1533 (Hauck/Stokke). 3Vgl. HvJEU 4 maart 2020, ECLI:EU:C:2020:156, Equivalenza. 4HvJEU 18 juli 2013, ECLI:EU:C:2013:497, C-252/12, Specsavers. 5Benelux-verdrag inzake de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen).